Het geheim van de beste Franse crêpes onthuld: zo lukt het altijd thuis

We horen je het bijna zeggen: “Het beste recept, dat is toch dat van mijn moeder…” En weet je? We geloven je meteen! Koester vooral die familiegeheimen. Maar voor iedereen die niet zo’n gouden geheim op zolder heeft liggen, is er hoop. De Bretonse chef-kok Stéphane Pichon staat je met open armen (en een pollepel) te woord om jouw crêpes game naar het hoogste Franse niveau te tillen.

Wie is Stéphane Pichon?

Stéphane Pichon is geen beginneling in het vak. Deze 35-jarige chef uit Finistère beheert de crêperie L’Armen op het puntje van de Raz in Plogoff. In 2020 werd hij gekroond tot beste crêpier van Frankrijk – de absolute heilige graal voor elke crêpe-liefhebber. En omdat de laatste edities helaas zijn afgelast door Covid-19, draagt hij die titel nog steeds met trots!

Toch is hij de eerste om toe te geven: “Iedereen heeft zijn eigen manier van doen.” Zijn crêpebeslag is, net als in zoveel gezinnen, iets wat van generatie op generatie wordt doorgegeven. “Het is het recept van mijn moeder,” vertrouwt hij ons toe. Haar crêpes waren ongeëvenaard lekker! Hij heeft het alleen een tikkeltje aangepast door bijvoorbeeld iets minder suiker te gebruiken.

De emotie achter het beslag

De beste crêpes? Die smaken vaak naar herinneringen. Stéphane zegt hierover: “Ik heb een verhaal met dit recept. Mijn moeder, die mij de liefde voor koken doorgaf, overleed drie weken nadat ik mijn crêperie opende. Dus als ik deze crêpes maak, is dat een knipoog naar haar…” Je proeft de emotie – en laten we eerlijk zijn, een beetje nostalgie smaakt altijd goed bij een stapel warme crêpes!

Zo maak je krakende, zachte en perfecte crêpes

Voordat je aan de slag gaat met de rozel (die houten stok, weet je wel, om het beslag uit te spreiden), even een reminder van waar een goede crêpe aan moet voldoen:

  • Meerdere texturen: randjes knapperig, binnenkant heerlijk zacht.
  • Een mooie goudbruine kleur (ook niet onbelangrijk voor je Instagram natuurlijk).
  • Let op de termen: in het Bretons heet een doorbakken crêpe kraz en een zachte variant soupi.

Natuurlijk is elk ingrediënt belangrijk:

  • Goede melk en scharreleieren zijn een must.
  • De keuze van het meel maakt veel verschil. In de crêperie werkt Stéphane met Moulin de l’Écluse uit Pont-l’Abbé.
  • Hij voegt ook wat boekweitmeel toe om zijn crêpes net dat beetje extra smaak te geven.

Durf gerust eens binnen te lopen bij een lokale molen – vaak zijn die gewoon open voor publiek.

En wat het bakken betreft: professionals zweren bij een billig, een dikke gietijzeren plaat. Maar geen paniek: een goed antiaanbakpannetje werkt thuis ook prima.

Het stappenplan voor succes (getest door de auteur!)

  • Schenk de melk beetje bij beetje om een vloeibaar en homogeen beslag te krijgen. Komt er toch een klontje door het net? Even zeven door een fijne zeef of chinois en hop, weg is het probleem.
  • Bedek de beslagkom met een schone theedoek en laat het beslag drie uur rusten op kamertemperatuur. Vind je het daarna nog te dik? Gewoon wat extra melk toevoegen.
  • Bak de crêpes in een goed hete, licht ingevette pan. Halverwege even omdraaien. Werk je met een billig? Zet ’m dan tussen de 210 en 220 graden.

Je hoeft niet bang te zijn – deze aanpak is uitgetest en goedgekeurd door de auteur zelf. Het resultaat in kraz-stijl werd met smaak opgegeten!

Tip tot slot: Of je nu trouw blijft aan mama’s recept of Pichons geheimen een kans geeft, het draait altijd om liefde voor het vak – en een klein beetje lef om er je eigen draai aan te geven. Dus: haal die pan, die rozell of gewoon je pollepel uit de kast en vive les crêpes!

Misschien vind je dit ook leuk in "Wat is er nieuw"

Plaats een reactie