Vergeet tarwe of rijst! Als de magen in het verleden knorden, kwam boekweit tevoorschijn – niet chique, niet glamoureus, maar onmisbaar. Dit ogenschijnlijk bescheiden zaad redde al eeuwenlang duizenden gezinnen van een langzame, hongerige ondergang. Tijd om af te rekenen met een geschiedenis vol vooroordelen, donkere kleuren en stevige pap.
De slechte reputatie van boekweit: boerenkost of levenslijn?
Boekweit was eeuwenlang de underdog van het veld. Geen applaus langs de kant, geen peloton van fans in de keuken: het zaad werd lang gezien als iets voor de ‘fruste en armzalige boeren’. In het midden van de negentiende eeuw beschreef het Journal d’agriculture pratique boekweit zelfs als ‘een trieste cultuur die men moet overlaten aan de armste, meest achtergebleven streken’.
Symbolisch? Een paar niveaus lager dan zachte tarwe (ofwel ‘froment’ in het Frans). Tarwe was de norm voor wit, luchtig, goddelijk brood: brood zoals je dat bekijkt met twinkelende ogen en misschien zelfs een traantje wegpinkt bij het breken van de eerste snee. Wit stond vroeger immers symbool voor zuiverheid en licht – boekweit daarentegen leverde geen uitnodigende broden, maar pap, dikke grutten of platte koeken. “Niets van de goddelijke glorie hier!”, hoor je de huisvader uit de 19de eeuw mompelen – misschien terecht met wat zelfspot.
Waarom iedereen zweert bij deze onweerstaanbare snelle crêpes-recept!
Dit is waarom je beter geen ontbijt-buffet eet in hotels, volgens experts op het gebied van voedselveiligheid
Boekweit: geen graan, wel een overlever
Een leuk feitje voor op een feestje (of net iets minder saai familie-etentje): boekweit heet in Bretagne ‘zwarte tarwe’, maar heeft botanisch gezien niets te maken met echte tarwe!
- Tarwe behoort tot het geslacht Triticum en de familie Poaceae (vroeger Graminaceae).
- Boekweit is een Polygonaceae, net als zuring en rabarber – compleet andere plantenfamilie dus.
Boekweit is geen graan zoals tarwe, rogge, gerst, maïs of rijst. De term ‘graan’ is gereserveerd voor Poaceae (grassen) waarvan de zaden door mensen worden gegeten. Maar: boekweit bezit dezelfde voordelen als granen, zoals zetmeelrijke zaden die lang bewaard kunnen blijven. Daarom wordt het vaak een pseudo-graan genoemd.
De bijnaam ‘zwarte tarwe’ kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Boekweit werd verbouwd op gronden die te arm en te zuur waren voor tarwe. ‘Zwart’ verwijst naar de donkergrijze of bruine kleur van de kleine, piramidevormige zaden. Trots op z’n kleurenpalet was boekweit niet, maar wel op het feit dat het volhardde waar niets anders groeide.
Van armeluisgerecht tot culinaire sensatie: waarom kig-ha-farz nu zo geliefd is
Officieel: dit zijn de sporten waarmee je de meeste calorieën verbrandt – ontdek welke verrassend hoog scoren
- Andere bijnamen: bruine tarwe, sarrasin, Barbarijse tarwe, tarwe van de Moren, bucail (of bucaille), carabin, bouquette… De plant had bijna meer aliassen dan zaden.
De redder in tijden van schaarste
Boekweit was niet geschikt om brood mee te bakken – laten we daar geen illusies over hebben – maar het werd geconsumeerd als pap, dikke grutten of platte koeken. Juist daarin zat z’n magie: het speelde een essentiële rol voor de gewone mensen.
Tijdens periodes van voedselschaarste hield boekweit gezinnen letterlijk in leven. Terwijl de prijs van tarwe steeg tot onhaalbare hoogte, bleef boekweit nog bereikbaar voor de kleine beurs. Geen wonder dat menige familie haar overleving aan deze nederige pseudo-graan te danken heeft.
Ondergang en wie weet, een stille comeback?
Aan het einde van de negentiende eeuw begon het verval van boekweit. De uitgestrekte boekweitvelden verdwenen langzaam maar zeker. Na de Tweede Wereldoorlog was er in Frankrijk nog maar 22.000 hectare over, grotendeels in Bretagne. Ter vergelijking: een eeuw eerder was dat nog 700.000 hectare.
Zijn imago als ‘armeluisvoedsel’ paste niet meer in een Frankrijk dat zich steeds verder verstedelijkte, welvarender werd en haar eetcultuur razendsnel zag veranderen. De zwarte tarwe werd bijna volledig in de steek gelaten, samen met die herinnering aan overvloedige pap en grutten op een kille winteravond.
Conclusie: Boekweit mag dan door de geschiedenis heen als armenzorg zijn afgedaan, voor vele gezinnen was het juíst een anker in onstuimige tijden. Misschien verdient deze troostende pseudo-graan, met z’n uitgesproken karakter en veerkracht, wel gewoon een plekje op het menu. Al is het maar als sympathieke herinnering dat de meest bescheiden planten soms de held van het bord kunnen zijn.













