Als je dacht dat overleven in de jungle een uitdaging was, probeer dan maar eens als niet-vleeseter en alcoholweigeraar vijftien dagen in Frankrijk te overleven zonder in een wandelend skelet te veranderen!
Een Franse restaurantervaring: twaalf kilo lichter, maar vol verhalen
Het is niet iedereen gegeven: twaalf kilo verliezen op vakantie in Frankrijk… zonder een voet in de sportschool te zetten! Na vijftien dagen kwam ik thuis zo mager terug dat mijn partner dacht dat ik uit de gevangenis werd ontslagen. Het geheim? Een strak dieet van een halve salade, hier en daar een stukje wortel en drie pakken amandelen. Niet omdat ik nu zo’n gezondheidsgoeroe ben, maar simpelweg omdat ik bijna elke avond moest dineren op plekken waar vlees de scepter zwaait en alcohol de troon deelt.
Ultieme uitdaging: in Frankrijk, als je – zoals ik – geen vlees lust en alcohol aan je voorbij laat gaan, eet je eigenlijk niet echt. Je pikt hooguit wat. Gelukkig kwam er sporadisch een ruggetje zalm voorbij om mijn honger te stillen. Was ik veganist, dan was ik waarschijnlijk in een kist naar huis gekomen. Of op zijn minst op een rolstoel, vol met infusen.
Waarom iedereen zweert bij deze onweerstaanbare snelle crêpes-recept!
Dit is waarom je beter geen ontbijt-buffet eet in hotels, volgens experts op het gebied van voedselveiligheid
Een boekenweekend om niet snel (of juist heel snel) te vergeten
Een weekendje boekenbeurs, klinkt gezellig! Drie maaltijden op het programma. Bij de ontvangstlunch: mijn felbegeerde zalmfilet… die helaas dreef in een saus van witte wijn. Tien minuten was ik zoet met mijn bord droogdeppen met stukjes brood. Het dessert? Een charlotte gedrenkt in Cognac. Helaas, brood op, dus de charlotte ging rechtstreeks naar mijn buurman, die alles opat, de schavuit.
’s Avonds lagen er oesters op het bord. Mijn jeugdtrauma’s (lang verhaal, bespaar ik je) maken oesters voor mij een no-go, dus sloeg ik over. Toen de ober mijn glas wijn wilde vullen, moest ik hem uitleggen dat ik niet meer drink: te veel jeugdige uitspattingen. Hij keek me aan of ik vroeg of hij tantra in een zoetwaterzwembad beoefende. Hoewel ik dapper bleef, belandde er plots een runderwang op mijn bord. Ik keek het beest recht in de ogen en wist gelijk: dit wordt niets tussen ons. Gelukkig was er een groenteflan. Ik stortte me erop als een gijzelaar die drie jaar in gevangenschap heeft gezeten. Tussen twee happen door moest ik de ober nogmaals overtuigen dat ik écht geen wijn wilde. Hij sloeg bijna flauw van onbegrip. Het dessert? Een halve peer, urenlang gemarineerd in Bourgognewijn. Alleen het ruiken gaf me al duizelingen, dus schoof ik ook dit dessert naar mijn buurman. Hij at alles op, alweer.
De volgende dag bij de lunch: tapas met chorizo, kip, Bayonne-ham, lamsballen, kikkerlever, geitentendon, everzwijnmilt… Overgeslagen. Maar eerlijk is eerlijk, de wortelsticks waren heerlijk. Zo lekker zelfs dat ik twee dagen oranje plaste. Het dessert, een exotisch vruchtje met pruimenalcohol, heb ik niet gehaald, dankzij een trouwe zak granola die al tijden in mijn rugzak wachtten op zijn hoogtepunt.
Van armeluisgerecht tot culinaire sensatie: waarom kig-ha-farz nu zo geliefd is
Officieel: dit zijn de sporten waarmee je de meeste calorieën verbrandt – ontdek welke verrassend hoog scoren
Franse menukaarten: voor de carnivoor een paradijs, voor de rest een mijnenveld
De rest van mijn verblijf? Minstens zo vermakelijk. Zittend op een restaurantstoel, wachtte ik met een mix van angst en berusting op de kaart. Elke keer greep ik het menu alsof er een duister geheim in schuilde. Snel lezen als een slagershandleiding, dan nog eens langzaam – voor het geval ik iets miste. De voorgerechten? Echt een dodenakker voor vegetariërs: gebakken escargots, terrine van foie gras, fricassee van sint-jakobsschelpen in portsaus. Het hoofdgerecht was een waar bestiarium:
- Coq au vin (haan in wijn)
- Côte de boeuf
- Lamskroon met biersaus
- En gelukkig één visgerecht, een tongfilet… met Grand Marnier
Ik liet me niet uit het veld slaan en bestelde een kwartje Perrier, met limoensap. En een ijsblokje, alsjeblieft.
Leven op salade: de redding van de ‘degeneré’
Eerlijk is eerlijk: salades hebben mijn leven gered. Tientallen salades. Franse restaurateurs hebben voor mensen zoals ik een uitweg gevonden: de guillotine-salade. Alleraardigste groentebrokjes, allemaal strak gehakt door die keukengadgets die je per dozijn op de markt koopt en die je meestal aan je schoonmoeder cadeau doet met kerst.
Het resultaat? Een kleurrijk tableau van tot op de millimeter gesneden komkommer, prachtige spiralen wortelrasp en flarden golvend rodekool. De kok zwiert er nog drie slablaadjes overheen, et voilà! Je kunt je salade eten zonder de rest van het restaurant lastig te vallen.
Conclusie: Frankrijks culinaire rijkdom is een feest voor de vlees-/alcoholliefhebber… en een krachttoer voor de rest. Tipje van de sluier: neem onderweg altijd wat amandelen of een granolareep mee. Je weet nooit of je het overleeft tot het toetje!













